Pijn
De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn net achter de rug. De winnende partijen en een enkele verliezende partij juichen. De verliezende partijen leiden pijn, en sommige zelfs heel veel pijn.
Het doet natuurlijk zeer als je je met volle overtuiging hebt ingezet, het land geleid hebt, maar de kiezer je afstraft. Die kiezer heeft geen vertrouwen meer in de partij, of in ieder geval niet meer in de mensen die de partij vertegenwoordigen. Het laten vallen van de partij hoeft niet definitief te zijn. Vaak is het een signaal aan de partij.
Iets vergelijkbaars zien we ook in onze Kerk. Velen, zowel geestelijken als leken, zetten zich in voor die Kerk. Zij doen alles wat in hun vermogen ligt, maar ook hier is het vaak pijnlijk om te zien hoe steeds meer mensen kritiek hebben, of de Kerk de rug toe keren.
Wat is dat toch. Wat gaat er mis? Welk signaal geven mensen af. Moet je inspelen op die signalen, of de signalen negeren. Zijn de kiezers of parochianen muggenzifters, of zijn de vertegenwoordigers af en toe blind of halsstarrig.
Een partij kan niet zonder haar kiezers, en kan zich niet permitteren om niet te luisteren naar de signalen. Al hoewel een partij zich ook niet kan vervreemden van haar beginselen.
De Kerk kan op haar beurt ook niet zonder haar gelovigen, en moet ook luisteren naar de signalen. Maar ook der Kerk zal moeten vasthouden aan haar beginselen, of in ieder geval aan haar meest primaire beginselen.
Geen gemakkelijke opgave voor hen die aan het stuur zitten. Maar ook de kiezers en de gelovigen moeten hun oren openen, en ook reëel zijn. Niet altijd hebben zij het gelijk aan hun zijde.
Luister vooral naar elkaar zou ik zeggen.
Dorus van Tip
|